Koersverhalen

De zwarte trui in de Giro

Grote rondes zijn een verademing voor koersfanaten die houden van speculeren en discussiëren over wie er nu met de eindoverwinning naar huis gaat. Alle ogen zijn gericht op de dolle honden die zich vooraan het peloton nestelen en strijden om die felbegeerde rode, gele of roze trui. Wat achteraan het peloton gebeurt, daar is vaak het raden naar. Of toch niet… In de Giro hebben ze na de Tweede Wereldoorlog een trui in het leven geroepen om ook mindere goden hun moment de gloire te schenken. De zwarte trui zag het levenslicht.

De laatsten zullen de eersten zijn

Zo goed als alle renners die aan de start van een grote ronde staan, staan daar met één doel, het rood, geel of roze om de schouders dragen. Of een ploegmaat aan die eer helpen. Dat is een tijd lang anders geweest. In de Giro hebben ze van 1946 tot 1951 de zwarte trui ingevoerd. Dat was, vreemd genoeg, een symbolische prijs voor de renner die in het algemeen klassement op de laatste plaats stond aan het einde van de ronde. En u raadt het, enkele Italianen hadden er een erezaak van gemaakt om met die trui huiswaarts te keren.

In de vijf jaar dat de trui deel uitmaakte van de Ronde van Italië hebben in het bijzonder twee renners er hun doel van gemaakt die trui te bemachtigen. De twee in kwestie waren Sante Carollo en Luigi Malabrocca.

De nieuwe Girardengo

Luigi Malabrocca was in zijn jeugdjaren een beloftevolle renner, die in de koersen waarin hij aan de start kwam vaak zijn graantje kon meepikken. Hij reed tijdens z’n jeugd zelfs zo goed dat velen hem de opvolger van Constante Girardengo noemden, die uit dezelfde streek als Malabrocca afkomstig was.

Girardengo was een renner die van een ander hout gesneden was dan de rest van het peloton. Hij zal voor altijd gelinkt worden aan drie wedstrijden in het bijzonder, met name de Giro, de Ronde van Lombardije en Milaan-San Remo. De Giro wist hij twee keer te winnen, in 1919 en 1923. Bovendien slaagde hij erin om over een periode van 13 jaar, in totaal 30 ritten te winnen in diezelfde ronde. Milaan-San Remo was nog zo’n wedstrijd waarin hij uitblonk. Die wist hij zes keer te winnen, werd drie keer tweede en twee keer derde. De laatste wedstrijd op z’n lijstje, de Ronde van Lombardije, wist hij dan weer drie keer op z’n naam te schrijven, met nog een 2de plaats en drie top 10-plaatsen erbovenop. Hij was bovendien prof van 1912 tot 1936, jawel… 24 jaar lang.

Al snel zou blijken dat Malabrocca niet het palmares van Girardengo bij elkaar zou rijden. Bij de profs heeft hij nooit de verwachtingen kunnen inlossen. Maar de Italiaan was, zoals het stereotype vaak zegt over onze zuiderburen, niet vies van een beetje aandacht. Toen hij opmerkte hoeveel aandacht de laatste renner van het klassement in de Giro kreeg maakte hij er zijn doel van die laatste plaats vast te houden. En om dat doel te bereiken gebruikte hij de theorie van zijn landgenoot Machiavelli. Het doel heiligde de middelen.

Acht pintjes later

Om er zeker van te zijn dat hij, en niet iemand anders zoals Sante Carollo, de zwarte trui mocht aantrekken ging hij vaak erg ver. Hij verstopte zich tijdens etappes in struiken, in greppels langs de weg, stak hij zijn eigen banden plat of ging hij zijn tijd doorbrengen in een kroeg langs het parcours. Door die onorthodoxe manier van koersen wist Malabrocca de zwarte trui twee keer op z’n naam te schrijven, meerbepaald in 1946 en 1947.

Twee jaar later, in 1949 gingen zijn plannen echter niet door. De renner stond aan het begin van de Giro niet zo heel ver in het algemeen klassement. Om er zeker van te zijn dat hij zijn felbegeerde zwart weer kon aantrekken, stopte hij halfweg koers in een kroeg, dronk een aantal biertjes, maakte een praatje met enkele fans in het café en deelde wat handtekeningen uit. Toen hij na een paar uur dacht genoeg achterstand opgelopen te hebben besloot hij zijn tocht naar de meet verder te zetten. Eenmaal aangekomen aan de finishlijn waren de tijdwaarnemers allang vertrokken, waardoor Malabrocca dezelfde tijd kreeg als het peloton. Het was zijn eeuwige rivaal Sante Carollo die de grootste achterstand had opgebouwd en dus met de trui om de schouders de laatste etappe startte. De renner had aan het einde van de etappekoers iets minder dan 10 uur achterstand opgebouwd op de nummer 1, Fausto Coppi, de ploeggenoot en kopman van Malabrocca.

Over de redactie

de Koers redactie

De redactie gaat op zoek naar verhalen. Geef ons wel wat tijd, 't zijn de verhalen die we koesteren. Koers is zoveel meer dan koers alleen.

't Zijn trouwens niet alleen de wielrenners zelf, die spannende verhalen hebben. We gaan op zoek naar mensen met een passie wielrennen, naast de sport. Een fotograaf bijvoorbeeld die in-the-heat-of-the-moment zijn beeld vastlegt, komt waar geen ander komt. En beleeft wat geen ander beleeft. De redactie schrijft, interviewt, redeneert en publiceert.

Reageer

Klik hier op een reactie te geven