Koersverhalen

Luik-Bastenaken-Luik, oudste der koersen

Luik-Bastenaken-Luik, de ouderdomsdeken, ‘La Doyenne’, … De oudste koers van het land kent vele bijnamen. Het is een koers die al verreden wordt sinds er tubes bestaan en de fiets voorzien is van pedalen. Het is de oudste koers van ons land en volgens veel renners de mooiste… én de zwaarste.

Koersen voor den Oorlog

We schrijven 1892, de wereld was nog zwart-wit, voetbalclub Standard Luik zag het levenslicht en de rijke bourgeoisie vermaakte zich op vélocipedes of loopfietsen. Het is in dat jaar dat een opvallend figuur uit de Belgische wielergeschiedenis van zich liet horen. De grootvader van het Belgische wielrennen waagde zich aan een van de eerste langeafstandkoersen van de Lage Landen.

Illustratie van de Amerikaanse velocipede (1860-1870)

De eerste keer

Rond 1890 ontstonden de eerste versies van langere wegwedstrijden, dat allemaal dankzij het succes van wielerwedstrijden op pistes verspreid over België, Nederland en Frankrijk. Enkele van de bekendste koersen uit die tijd waren Parijs-Luik, Brussel-Spa en Parijs-Oostende, om er enkele te noemen. Slechts 2 jaar later, in 1892, werd de eerste editie van Luik-Bastenaken-Luik georganisseerd, toen niets meer dan een amateurkoers in de Ardennen. De eerste winnaar? Ene Léon Houa.

Op 29 mei 1892 besloten een dertigtal amateurs zich te wagen aan de 250km-lange wedstrijd over Ardeense wegen. Het overgrote deel van hen afkomstig uit de rijke bourgeoisie. Fietsen in die tijd kostte namelijk stukken van mensen. Het waren dan ook vaak zonen van notarissen, dokters en advocaten die hun kousen hoog optrokken, enkele tubes om de schouders sloegen en met de fiets van papa onder de arm naar de startlijn trokken. De fiets die ze ietwat onhandig meedroegen? Een 20kg-zwaar stalen ros. Léon Houa finishte de loodzware koers in niet minder dan 10 uur en 48 minuten! Voor iedereen die nu met gefronste wenkbrauwen naar z’n scherm zit te staren, jawel, dat is bijna 25km/u… 25! De concurrentie? Die was in de verste verte niet te bespeuren.

Het volgende jaar won Houa ook de tweede editie, zijn tijd? 10 uur en 40 minuten, oh ja, nóg sneller dan het jaar ervoor. Nadien zou hij zijn overwinning in Luik extra kleur geven door in datzelfde jaar ook Belgisch kampioen te worden bij de amateurs. Ook nu was er van concurrentie geen sprake. Zijn prestatie zou vandaag bestempeld worden als merckxiaans.

Klaar voor de “profs”

Na de eerste twee succesvolle edities was het tijd voor de oudersdomdeken om door de profs gereden te worden. De afstand toen? 223km. De Winnaar? Léon Houa. Zijn tijd? Net geen 9 uur. Het leek alsof de renner uit Bressoux simpelweg niet te kloppen was in de Ardennen. Verder leek 1894 een kopie van het jaar ervoor, alleen een niveau hoger. Léon Houa wist namelijk in dat jaar nogmaals de Belgische titel te veroveren, alleen was het dit jaar bij de profs.

Tragisch einde

Léon Houa zal voor altijd bekendstaan als de eerste winnaar van de oudste koers van het land. Na zijn carrière als wielrenner werd hij testpiloot voor de Franse autobouwer Renault. Hij zou ook in de autosport een carrière uitbouwen, alleen zou de afloop eerder tragisch zijn. Hij kwam om in een auto-ongeval in de Ronde Van België op 31 januari 1918.

Over de redactie

de Koers redactie

De redactie gaat op zoek naar verhalen. Geef ons wel wat tijd, 't zijn de verhalen die we koesteren. Koers is zoveel meer dan koers alleen.

't Zijn trouwens niet alleen de wielrenners zelf, die spannende verhalen hebben. We gaan op zoek naar mensen met een passie wielrennen, naast de sport. Een fotograaf bijvoorbeeld die in-the-heat-of-the-moment zijn beeld vastlegt, komt waar geen ander komt. En beleeft wat geen ander beleeft. De redactie schrijft, interviewt, redeneert en publiceert.

Reageer

Klik hier op een reactie te geven

Lees meer …