Koersverhalen

Traint Mathieu Van der Poel harder dan de concurrentie?

Wij vroegen het aan Dorian De Maeght, renner bij Aluvano Development team.

Dat Mathieu Van der Poel sterk is, wisten we al. Het is een overbodige discussie die we hier niet gaan voeren. Maar de Nederlander geeft ons wel stof tot nadenken. Hoe komt het toch dat hij met kop en schouders boven de rest uitsteekt? Hoe komt het toch dat die crossers en ex-crossers telkens het voorjaar domineren? Waarom zijn Van der Poel, Van Aert, Stybar, Alaphilippe en consoorten zo sterk?

In de modder, op de weg én op het hoogste schavotje

Van der Poel, zoon van Adrie en kleinzoon van Poulidor, is gene gewone. Deze zomer rijgde hij zege na zege aan elkaar in het mountainbiken en reed hij in die discipline naar een 1ste plaats op het NK, een 2de plaats in de Wereldbeker en een knappe 3de plaats op het WK. Om enkele weken later door de Vlaamse modder te ploeteren. Daar zorgde hij voor een prehistorisch aantal overwinningen van in totaal, hou u vast, 32. Onder dat schrikbarend hoog getal valt niet alleen het Nederlands -, maar ook het Europees – en het Wereldkampioenschap!

Alsof dat nog niet genoeg is komt Van der Poel nu ook op de weg langs de grote poort naar binnen, door niet alleen Dwars door Vlaanderen, maar ook een heuse heuvelklassieker als de Brabantse Pijl op zijn naam te schrijven, alsook knappe zeges in kleinere koersen. Maar is het succes van crossers als Van der Poel en Van Aert alleen te wijten aan talent? Of komt er meer bij kijken? Wij vroegen het aan Dorian De Maeght (Provinciaal kampioen tijdrijden, 2018), die ook van beide werelden geproefd heeft.

Dorian De Maeght tijdens de tijdrit van de Triptque des Monts et Chateaux
Foto: Jo Groenevinger

“Hey Dorian, bedankt dat je even de tijd wilde nemen om wat vragen te beantwoorden!”

“Geen probleem, met plezier!”

“Wat is volgens jou het grootste verschil in de voorbereiding tussen crossers en wegrenners?”

“Het grootste verschil dat ik persoonlijk heb ondervonden is dat je als wegrenner veel meer uren op de fiets moet kloppen. De blokken die je traint zijn veel langer en je legt minder de nadruk op interval.”

“Doordat je als wegrenner veel minder de focus legt op die intervaltrainingen merk je dat je explosiviteit een pak naar beneden gaat. Een crosser is door die explosieve trainingen een pak beter in het optrekken na een bocht of het reageren op een aanval. Dat zie je nu ook enorm hard bij Van der Poel. Hij heeft maar een paar seconden nodig om op een aanval van andere renners te reageren. Hij springt naar alles wat beweegt, en dan nog met succes.”

“Als crosser heb je heel vaak trainingen waarbij je hard aan je techniek moet werken. Je ‘speelt’ meer met de fiets en dat werkt enorm hard in je voordeel, een goede beheersing van de fiets is vaak cruciaal.”

“Zijn er nog verschillen die je opvallen? Hoe zit het met de voorbereidingsperiode bijvoorbeeld? Hoe zien je trainingen buiten het seizoen er bijvoorbeeld uit?”

“Verschillen zijn er meer dan genoeg (lacht)!. De intensiteit, de blokken, de duur, de schema’s, … Als wegrenner is je seizoen ook gewoon veel langer. Je hebt dus eigenlijk minder tijd om je goed voor te bereiden op het komende seizoen. Daarom is het niet ongewoon dat wegrenners vaak koersen rijden om die goede vorm te pakken te krijgen. Zoiets zie je niet in het veldrijden.”

“Als crosser heb je ook vaak looptrainingen en zelfs zwemtrainingen die je moet afwerken. Ook trainingen op techniek zijn heel belangrijk. De variëteit in trainingen en de hogere intensiteit zorgen ervoor dat crossers die betere explosiviteit in de benen hebben. Dat komt van pas als het peloton beslist om aanval na aanval te plaatsen. Je verteert alles gewoon beter.”

“Waarom zijn crossers nu zo goed op de weg?”

“Waarom ze precies zó goed zijn is mij ook een raadsel… Volgens mij ligt het aan het feit dat crossers een heel hoog aantal wattages per kilogram hebben. Bovendien ligt hun Vo2-max ook vaak hoger door de variatie in hun trainingen! Hun lichaam is gewoon enorm ontwikkeld. ‘t Zijn niet enkel de beentjes hé! Daarnaast hebben ze het voordeel dat hun recuperatievermogen enorm sterk is. Dit alles gecombineerd met het feit dat ze in wedstrijd ook nog eens een volledig uur in het rood rijden én op het einde nog een aantal demarrages plaatsen, zorgt ervoor dat ze gewoon top zijn op de weg.”

“Wat zijn jouw doelen voor het volgende wegseizoen?”

“Een echt doel stellen is momenteel vrij moeilijk. Ik heb net een moeilijke periode achter de rug, lichamelijk vooral. Daar ben ik nu nog van aan het herstellen.”

“Volgend weekend sta ik aan de start van de E3. Dat wordt de eerste grote test, maar ik blijf realistisch. Na de E3 is er het Provinciaal Kampioenschap op de weg. Normaal zal ik dan nog niet helemaal in orde zijn, maar ik leg me niet graag bij de zaken neer (lacht). Mijn focus zal dit jaar in elk geval liggen bij de tweede seizoenshelft.”

“Veel succes! En laat de crosser in jezelf maar los in de E3!”

“Bedankt! We doen ons best!”

Over de redactie

de Koers redactie

De redactie gaat op zoek naar verhalen. Geef ons wel wat tijd, 't zijn de verhalen die we koesteren. Koers is zoveel meer dan koers alleen.

't Zijn trouwens niet alleen de wielrenners zelf, die spannende verhalen hebben. We gaan op zoek naar mensen met een passie wielrennen, naast de sport. Een fotograaf bijvoorbeeld die in-the-heat-of-the-moment zijn beeld vastlegt, komt waar geen ander komt. En beleeft wat geen ander beleeft. De redactie schrijft, interviewt, redeneert en publiceert.

Reageer

Klik hier op een reactie te geven