In de media

Vrouwenwielrennen in de lift

Dat het vrouwenwielrennen steeds populairder wordt is al lang geen geheim meer. De wedstrijden van de vrouwen krijgen meer aandacht op televisie en ook in de geschreven pers verschijnen ze steeds vaker. Het is een groot verschil met pakweg twintig jaar geleden, toen er niet eens een Ronde van Vlaanderen voor vrouwen bestond. 

Die snelle professionalisering brengt natuurlijk ook problemen met zich mee. Het niveau van de rensters stijgt veel sneller dan de omkadering. Wedstrijden vertonen vaak organisatorische problemen. Het niveauverschil tussen de absolute top en de kleinere namen is astronomisch groot. Om nog maar te zwijgen van het onbestaand minimumloon bij de vrouwen of het absurd lage prijzengeld. 

Astronomische verschillen

“Vrouwen verdienen vandaag de dag als profrenster te weinig om van te leven.”

Het is zelf zo dat een groot deel van het peloton zich genoodzaakt ziet een parttimejob te vinden, gewoon, omdat het niet anders kan. 

Andere rensters hebben dan weer het geluk dat ze wél van de koers kunnen leven. Zij kunnen zich beter voorbereiden op een wedstrijd en kunnen leven voor de sport. Daar komen die grote niveauverschillen vandaan. Dat zit helemaal anders bij het mannenwielrennen, waar elke renner kan rekenen op een minimumloon, en op z’n minst kan leven van de sport. Zij starten allemaal met evenveel voorbereidingstijd. 

Volgens de UCI komt daar vanaf volgend jaar verandering in. Vanaf 2020 is het voor WorldTour-ploegen verplicht om hun rensters een minimumloon te betalen. Volgens cijfers die even terug gepubliceerd werden, zou het minimumloon vanaf volgend jaar 15.000 euro bedragen. Dit wordt in de loop van de jaren verhoogd, naar 20.000 euro in 2021 en 27.500 euro in 2022. Het doel van die stapsgewijze toename is om het minimumloon van mannelijke en vrouwelijke renners op dezelfde hoogte te brengen tegen het jaar 2023. Het minimumloon zou dan 30.000 euro moeten bedragen. 

Wat met het prijzengeld? 

Het prijzengeld is nog zo’n gevoelig onderwerp binnen het vrouwenwielrennen. Vaak krijgen vrouwen die dezelfde inspanning geleverd hebben, evenveel trainingsuren achter de rug hebben en met evenveel passie en ambitie aan de start staan, een peulschil van het prijzengeld bij de mannen. 

De winnares van de ronde van Vlaanderen dit jaar was de Italiaanse sprintbom Marta Bastianelli. Zij kreeg voor haar vergoten bloed, zweet en tranen een schamele 1.250 euro, nadat ze als eerste over de meet bolde. Niet slecht verdiend voor een paar uurtjes afzien zou je denken. Hetgeen veel mensen echter niet weten is dat die som eerst verdeeld wordt over de hele ploeg vooraleer de rensters de eerste euro in handen krijgen. 

Het prijzengeld bij de mannen valt hier niet mee te vergelijken. De winnaar van de ronde bij de mannen ontvangt om en bij de 20.000 euro, jawel met 4 nullen. Natuurlijk gaat ook hier een groot deel van naar de ploeg en omkadering, waardoor ook voor de mannen een fractie overblijft. Maar die fractie is toch nog een pak groter dan dat van hun vrouwelijke collega’s. 

De Nederlandse Ellen Van Dijk had vorig jaar, na haar overwinning in Dwars door Vlaanderen, het volgende te zeggen: “Bij Dwars door Vlaanderen krijg je als winnares een paar tientallen euro’s. Ik dacht in neem m’n vriend uit eten. Dan moet ik wel nog bijleggen. Het is een trieste zaak.”

Ellen Van Dijk, met aanmoedigingen van het koningspaar, tijdens de olympische zomerspelen van 2012

In een ideale wereld 

Toch is er hoop. De UCI lijkt veel inspanningen te leveren om vrouwen evenveel te vergoeden voor hun inspanningen dan mannen. Dat doen ze trouwens al sinds 2013, toen ze besloten om het prijzengeld voor een wereldtitel bij de vrouwen en mannen, in gelijk welke discipline, gelijk te trekken. 

Daarnaast steken de mannen blijkbaar ook iets op van het vrouwenrennen. Zo maken zij hun wedstrijden nu al korter, omdat ze gemerkt hebben hoeveel meer spektakel de korte wedstrijden van de vrouwen bieden. 

Over de redactie

de Koers redactie

De redactie gaat op zoek naar verhalen. Geef ons wel wat tijd, 't zijn de verhalen die we koesteren. Koers is zoveel meer dan koers alleen.

't Zijn trouwens niet alleen de wielrenners zelf, die spannende verhalen hebben. We gaan op zoek naar mensen met een passie wielrennen, naast de sport. Een fotograaf bijvoorbeeld die in-the-heat-of-the-moment zijn beeld vastlegt, komt waar geen ander komt. En beleeft wat geen ander beleeft. De redactie schrijft, interviewt, redeneert en publiceert.

Reageer

Klik hier op een reactie te geven

Share via