Video

De Koers van Peter Van Petegem

“Voor mij heb je 2 soorten zware ritten. De eerste, zijn de bergritten uit de Grote Rondes. Dat zijn ritten waarin je soms diep moet graven om binnen tijd tot aan de finishlijn te raken. Maar de inspanning die ik heb moeten leveren toen ik in 2003 Parijs-Roubaix won, valt met bijna niets te vergelijken.

“Wat ik toen voelde op Carrefour de l’Arbre, dat was afzien.”

“Op zulke momenten rijd je altijd voor de overwinning. Je probeert de achterstand van een kleine minuut goed te maken, wetende dat die inspanning een zaak van alles of niets is. Ik denk dat er toen een paar ingewanden en ledematen serieus geblokkeerd zaten.”

“Parijs-Roubaix winnen was voor mij een van de mooiste momenten uit mijn carrière. Ik had datzelfde jaar ook de Ronde van Vlaanderen naar mijn hand gezet, en dat voor een renner van 33. Op zo’n moment Parijs-Roubaix winnen, dat was een hoogtepunt. Mocht ik die 2 koersen niet achter elkaar gewonnen hebben, dan had het allemaal niet zo magisch aangevoeld.”

“Mijn sterkste wapen was dat ik heel vaak op het juiste moment, op de juiste plaats, met de krachten die ik had, kon exploderen.”

“Discipline is zonder twijfel hét sleutelwoord voor elke sporter, zeker voor een wielrenner. Het zijn clichés, maar je moet er veel voor doen en nog meer voor laten. Daarvoor heb je een gezonde dosis discipline nodig, zeker op jonge leeftijd. Als anderen aan het feesten zijn lig jij te slapen. Je weet gewoon dat je er de volgende dag weer vroeg uit moet om te trainen. Daarin ben ik altijd heel gedisciplineerd geweest. Zo vertrok ik bijna elke dag om 9u stipt, tenzij het weer me niet aanstond. De renners die met mij trainden wisten het maar al te goed, om 9u moeten we daar zijn.”

“Ik ga niet beweren dat ik de enige was, maar ik heb teamgeest altijd heel belangrijk gevonden. ’s Avonds met vrienden, collega-wielrenners, mecaniciens, verzorgers en de andere leden van de ploeg aan tafel zitten, dat was belangrijk. Zeker als je als ploeg naar een grote wedstrijd aan het toeleven bent. Het is pas zo dat je van een groep een team maakt.”

“Een verdomd hard karakter is onmisbaar als je ooit een koers wilt winnen. Als je na een slechte wedstrijd je hoofd laat hangen en dagenlang zit te piekeren, dan mis je één van de belangrijkste kwaliteiten van een kopman.”

“Ik vond dat iedereen in de ploeg op dezelfde golflengte moet zitten. Iedereen moet in vorm zijn en minstens even fanatiek aan de start staan. Het is misschien door mijn houding hiertegenover dat ik vaak inspraak gehad heb bij de selecties van de ploeg.”

“Ik heb daarom het teamgevoel altijd heel belangrijk gevonden. Je moet op je ploeg kunnen terugvallen als je een dipje hebt. Soms moeten bepaalde jongens zichzelf opofferen om voor jou de kastenjas uit het vuur te halen, ook al waren ze zelf sterk genoeg om een wedstrijd te winnen. Dat is waar teamgeest rond draait.”

“Je wordt als winnaar van een grote koers vaak herinnerd aan die zege. Maar het is niet zo dat ik in mijn auto stap, naar buiten kijk en denk: ‘potverdikke, ik ben toch een krak!’. Ik ben nooit de renner geweest die ’s avonds na de koers, de beelden herbekeek op tv.”
“Als jonge renner sta je daar eigenlijk niet echt bij stil. Je wil gewoon prof worden, ook al weet je niet goed wat dat precies inhoudt. Ik heb er persoonlijk heel weinig van gemerkt, zeker in mijn beginjaren. Ik had geen vrouw, geen kinderen en ik ben pas op latere leeftijd getrouwd en vader geworden. Dat heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat ik nooit tegen mezelf zei: ‘nu zou ik liever thuis willen zijn’. Maar ik moet in alle eerlijkheid toegeven dat ik op het einde van mijn carrière meer moeite had met de voorbereidingen op grote rondes. Ik zat niet echt te wachten op nog een Tour, Giro of Vuelta. Het was vooral heimwee naar de kinderen dat het moeilijker maakte. Maar als sportman mag je dat eigenlijk niet hebben.”

“De fiets op zich is over de jaren zo veranderd. Wat mij meteen opvalt aan de fietsen van toen is het brede stuur, ’t is precies of hij met een Harley-Davidson rondreed. Ook het zadel is anders, toen stond het nog rechtsreeks op het kader.”
“Fietsen tijdens de oorlog was volgens mij een taak gelijk een ander, zeker voor soldaten die zich zo moesten verplaatsen. Maar ik kan me voorstellen dat fietsen in die periode niet eenvoudig zal geweest zijn. Achter elke hoek schuilde het gevaar om neergeschoten te worden. En de vraag is dan ook: ‘hoeveel keer moet je dat doen?’ of ‘hoe lang ben je onderweg?’.

“Ik hoop vooral dat de wielrenners uit het leger mannen waren die de lange, zware ritten aankonden, anders hou je dat niet lang vol.”

Over de redactie

de Koers redactie

De redactie gaat op zoek naar verhalen. Geef ons wel wat tijd, 't zijn de verhalen die we koesteren. Koers is zoveel meer dan koers alleen.

't Zijn trouwens niet alleen de wielrenners zelf, die spannende verhalen hebben. We gaan op zoek naar mensen met een passie wielrennen, naast de sport. Een fotograaf bijvoorbeeld die in-the-heat-of-the-moment zijn beeld vastlegt, komt waar geen ander komt. En beleeft wat geen ander beleeft. De redactie schrijft, interviewt, redeneert en publiceert.

Reageer

Klik hier op een reactie te geven

Share via